IMF, de Tobin belasting en financiŽle onthaasting: repliek op de Jong

IMF, de Tobin belasting en financiële onthaasting: repliek op de Jong

Eelke de Jong's commentaar richt zich op twee argumenten uit mijn betoog: de iewat gemakkelijke kritiek op het IMF dat het weinig transparant is en de aankomende Thaise crisis over het hoofd zag en de manier waarop een aangepaste Tobin belasting de problematiek van internationale kapitaalvolatiliteit en uiteindelijke IMF "bail-out" operaties zou kunnen verminderen en "onthaasting" brengen in het internationale financiële systeem.

Op het eerste punt kan ik vrij kort zijn. Ik denk dat ook de Jong het met me eens zal zijn dat het vrij plotse karakter van de Aziatische crisis, aantoont dat het IMF in haar monitoring rol, te weinig mogelijkheden heeft om zich als internationale "lender of last resort" voldoende onafhankelijk op te stellen van de belangen van eigen lidstaten. De opmerking van de Jong dat het IMF binnen haar mogelijkheden wel degelijk forse kritiek heeft geleverd op het Thaise beleid, gestaafd met enkele citaten over het continueren en versterken van het hervormingsmomentum, roepen bij mij niet bepaald de indruk op van "forse kritiek". Transparantie verdraagt zich wat dit betreft niet echt met een handleiding voor diplomatieke vertaling van IMF stukken. Het is vanuit dit perspectief niet verwonderlijk dat kritiek op het IMF uit zoveel verschillende hoeken is losgekomen, ook intern, en dat zelfs Stiglitz, als hoofdeconoom van de Wereldbank, de zusterorganisatie openlijk onder vuur neemt. De vraag stelt zich of in de huidige, uitermate transparante en open, internationale financiële wereld met hordes financiële adviseurs, commentatoren en informatiestromen, het IMF als Bretton Woods institutie, met zijn staf van 7 per land, opgewassen is tijdig landendiagnoses te stellen. Ik ben daar niet van overtuigd.

Het tweede punt van de Jong raakt aan het fundamentelere punt van de toenemende internationale kapitaalvolatiliteit in onze wereldeconomie. Ik blijf het als volatiliteit eerder dan de Jong's kapitaalmobiliteit omschrijven, omdat het woord volatiliteit treffender de instabiliteit van de onmiddellijkheid van internationale financiële transacties weergeeft, die tegenwoordig dank zij nieuwe informatie- en communicatietechnologie, kenmerkend zijn voor de internationale kapitaalmarkt. Afgezien van voordelen van snellere arbitrage, leidt deze volatiteit ook tot internationale kuddereacties, waarvan de Aziatische crisis een goed voorbeeld vormt. Zonder dat er in wezen iets veranderde aan de economische "fundamentals" van deze landen, voltrok zich van de ene dag op de andere een vertrouwensbreuk bij buitenlandse beleggers die niet langer bereid waren hun uitstaande korte termijn leningen te herbeleggen, zoals ze tot dan toe gedaan hadden en voltrok zich een klassieke "run" op bank en munt. Ongetwijfeld zou de soort van tweetraps Tobin belasting hierin een grove korrel zand hebben gebracht. Beleggers zouden zich, in eigen belang, wat langer bedenken of er daadwerkelijk voldoende economische redenen waren om plots dollars voor hun geld te kiezen. Dat, zoals Eelke de Jong argumenteert, zo'n Tobin belasting de aandacht van het fundamentele probleem van interne financiële hervorming afleidt, vind ik ver gezocht en in verhouding tot de correcties waartoe de huidige kapitaalvlucht aanleiding geeft met alle economische en lokale sociale gevolgen vandien, een argument buiten alle proporties.

Juist zoals op Wall Street na de beurscrisis van 1987, men inzag dat om kapitaalmarkten te vrijwaren van de soort van extreme, computer-gestuurde kuddereacties, periodes van "berusting" essentieel zijn, is ook op de internationale kapitaalmarkt "onthaasting" nodig. Uiteraard zal een Tobin belasting de oorzaak van de kwaal niet aanpakken, maar het zal echter wel de incidentie van de crisissymptomen sterk terugdringen. Ook kunnen veel van de practische nadelen van een Tobin belasting zoals ik aangaf en waarop de Jong niet ingaat, vrij eenvoudig opgevangen worden. Zoals gebruikelijk bij nieuwe belastingvoorstellen worden de practische problemen door direct betrokken partijen gemakkelijk overdreven. Wat de huidige situatie echter uniek maakt voor een hernieuwd debat en beleidsinitiatief, is het feit dat de grote, internationaal opererende banken, het IMF wel mee moeten helpen de Aziatische crisis op te lossen, zoals onder meer blijkt uit het Zuid-Koreaanse geval. Een algemene Tobin belasting lijkt vanuit dit perspectief een effectiever zelf-reguleringsinstrument.

Luc Soete